Anastacia zat in de taxi nog na te trillen. Ze had het gedaan! Ze had het gedurfd! Zich aanbieden aan Hem.
Oh, wekenlang had ze zich uitgesloofd, in voorbereiding op dit gebeuren. Deze sprong in het ongewisse.
Zijn naam uitvinden was al zo moeilijk geweest. Anastacia had de speelavondorganisator zo'n beetje moeten smeken om die informatie, iets dat ze in zijn geval waardeloos had gevonden. Hij was het soort dominant dat haar niks deed. Een hoop humbug in een neplegeruniform. Als ze niet zo weg was geweest van Hem, op het eerste gezicht, zou ze zich voor die nep-Rambo nooit in smeekvragen vernederd hebben. Maar ze had geen keus gehad. Hij, die nu al maanden in het voorst van haar gedachten leefde, had die avond straal aan haar voorbij gekeken, en of ze Hem vaker in De Brandpunt zou zien, was ook maar de vraag geweest. Hij had niet behoord tot het vaste clubje bezoekers. Nee, Anastacia had geen enkele andere manier geweten, om Hem op te kunnen sporen buiten de club, dan via Zijn naam. En ze had Hem gekregen, zoals de nepcommandant zijn vijf-minuten-machtsspel met haar. Helaas, het had gemoeten.
Maar het was het waard geweest. Hij was het haar waard, meester E.L.R. Witkamp, advocaat-procureur. Hij was haar alles waard, in feite. Dus zeker de tijd en moeite die ze op had moeten brengen, om Zijn zakenadres te achterhalen, Zijn secretaresse te bewegen haar de tijden op te geven van Zijn eerstvolgende, openbare rechtbankoptreden, en om dat dan tenslotte te gaan volgen, vanaf de publieke tribune. O, zeker was dat alles haar energie waard geweest. Want daar, in de rechtszaal, was ze pas goed idolaat van Hem geworden.
Zoals Hij eruit had gezien, Zijn tenger lijf in het voorgeschreven, lange zwart met witte bef, en Zijn smal, geschoren gezicht onder rossig-blond haar daarboven. Zoals Hij geklonken had ook, Zijn lichthesige stem beheerst, maar Zijn taalgebruik scherp, en af en toe messcherp ironisch.
En daarbij Zijn ogen. Hoe die Zijn woordspel hadden gecompleteerd, zo niet gemaakt voor het merendeel. Zijn heldergroene, fascinerende ogen, bij momenten schitterend of Hij er speciale druppels voor gebruikte.
Slang, had Anastacia gedacht, warm van opwinding op de koude, harde publieksstoel gezeten. Je reinste Cobra ben Je. Observeren, berekenen, en plotseling uithalen naar de zwakste plek. Allemachtig. Maar ach. Ook in de rechtszaal was ze Hem niet opgevallen. Hij had een keer vluchtig naar haar gekeken, ja, omdat ze onnodig had gekucht bij Zijn passeren, toen Hij de zaal weer verliet. Dat was al geweest.
Anastacia daarna, was De Brandpunt gaan bezoeken wanneer het maar kon. Daarbij elke bijzondere aandacht van anderen werend, hopend, hunkerend Hem weer te zien. Maar ze was er zes maal tevergeefs voor dat doel gekomen. Zes maal tevergeefs op haar aanbieden voorbereid geweest.
Tot vanavond. Toen had ze Zijn verschijnen weer mee mogen maken. Een kalm, maar zelfbewust verschijnen, in perfect gesneden driedelig zwart. Gucci, als ze het goed had herkend. Ze had van vreugde en spanning wel meteen voor Hem willen buigen, maar dat zou absoluut het verkeerde moment zijn geweest. Bovendien, Hij had dit keer zo'n sombere geslotenheid uitgestraald, dat haar overmoed alleen daarom al was weggeschrompeld
En toch, bedacht ze nu zelftevreden op de taxiachterbank, toch had ze haar lef maar mooi teruggekregen. Weliswaar opgestuwd door de nog heviger angst Hem voorlopig, of misschien wel helemaal niet meer in de club terug te zien, maar... ze had zich dus alsnog aangeboden later, en op de haar voorgenomen manier. Ze was zelfs nog verder gegaan. Ze had zich ultiem voor Hem vernederd.
"Eh... " onderbrak de taxichauffeur haar gedachten, "ik weet nog niet zo goed... is het een zijstraat van deze weg, of..."
"Nee," zei Anastacia. "We moeten deze nog helemaal uit, na het stoplicht rechtsaf tot de volgende stoplichten, daarna linksaf, en dan is het de laatste zijstraat rechts."
De nog jonge, buitenlandse man, Anastacia schatte in dat hij Pakistaanse was, of Indiaas, glimlachte snel naar haar achterom. Ze nam hem zijn gebrek aan stratenkennis niet kwalijk, maar ze hoopte wel, vanwege de maar al te rap optellende Euro's in de meter, dat hij haar straat nu zou kunnen vinden.
"Stomme roetmoppuh... " hoorde ze in gedachten haar vader mopperen. "Door die gaste kenne onze taxi-jonges wel naar huis."
Anastacia sloot een moment haar ogen. Haar vader, met zijn racisme en kortzichtigheid in het algemeen. Daar wilde ze nu even helemaal niet aan denken.
Maar Hij. Als Hij nu maar ten gunste van haar zou beslissen. Er was zoveel dat haar tegen zat. Ten eerste al dat ze een vrouw was.
Hij viel op Zijn eigen sekse, dat had ze in de club gehoord. En nog een vager gerucht, dat Zijn moeder van adel zou zijn. Dat zou haar kans misschien nog kleiner maken, dat ze maar een middenstandsmeisje was. Enige dochter, na twee zoons, van een sappelende ijzerhandelaar. En tenslotte nog Zijn intellectueel niveau. Universiteit en een rechtenstudie, en zij maar Havo hebben, en een baantje als lokettiste op het Gemeentehuis.
Anastacia zuchtte. Eigenlijk had ze niks mee. Behalve haar hartstocht voor Hem die haar uit haar slaap hield, en die ze nog niet eens echt begreep. Ze had net door sinds een jaar of drie dat ze SM was en sub-gevoelens had. Maar waarom ze zo ontzettend naar Hem verlangde? Juist naar Zijn gemenigheid, onvoorspelbaarheid en vernederingen?
Anastacia wist het niet en het kon haar ook niet zoveel schelen. Zijn beslissing. Zijn bericht naar haar. Die waren op dit moment het belangrijkste in haar leven geworden.
"Nee," corrigeerde ze de taxichauffeur net op tijd, "hier linksaf ja... en dan de laatste rechts."
Besturen, dacht Anastasia . Hij,Harold, mocht het haar doen. Al zou ze Hem misschien nooit zo mogen noemen. Meester Harold mocht totaal over haar beschikken.
Reacties op dit verhaal laat zelf een reactie achter...
Nog geen reacties gevonden. Schrijf jij de eerste?